Rob Wijnberg: ‘Hoe meer mensen verlengen, hoe harder we vooruit kunnen’

De Correspondent viert eind volgende maand haar eerste verjaardag. Een mooi moment om samen met initiatiefnemer Rob Wijnberg te evalueren en vooruit te kijken. Het is een spannend moment omdat de 20.000 pioniers hun abonnement al dan niet gaan verlengen. Enigszins spannend althans. Wijnberg: “Verder kunnen we wel. De vraag is alleen hoe hard.”

Er was lof en er was kritiek. Er waren veel verhalen met nog veel meer reacties. Er werd nog eens 14.000 keer 60 euro gestort. Er was een verhuizing van Amsterdam Noord waar de ramen van de redactieruimte niet open konden naar een voormalige expositieruimte aan de Weesperzijde. Het eerste jaar van De Correspondent, dat volgende maand ten einde loopt, was veelbewogen en krijgt een vervolg. Ruim 5000 pioniers hebben inmiddels hun abonnement verlengd en omdat er in de loop van het jaar genoeg leden bij zijn gekomen is daarmee het minimum behaald.

Bevestiging
Wijnberg noemt het afgelopen jaar ‘fantastisch’. “We krijgen er nog steeds iedere dag zo’n 40 leden bij. Dat is best veel”, beoordeelt hij. Maar zijn persoonlijke hoogtepunt heeft weinig met ledenaantallen te maken. Dat is de bevestiging van de overtuiging die hem zo’n beetje zijn baan kostte bij NRC. Namelijk dat je ‘getalenteerde en interessante’ journalisten niet klem moet zetten in de waan van de dag maar gewoon hun gang moet laten gaan.

‘Ik ben er heel trots op hoe mensen de vrijheid die ze krijgen invullen’
Tweet dit

“Ik ben er heel trots op hoe mensen de vrijheid die ze krijgen invullen. Dat dat dus gewoon kan. Je hoeft niet te zeggen waar ze over moeten schrijven. Ze komen zelf non-stop met ideeën en daar komt heel veel moois uit.” Zo konden correspondenten onderwerpen op de agenda zetten. Vergeten oorlogen in Papua bijvoorbeeld, of Piketty: “Rutger Bregman was de eerste die Piketty in Nederland recenseerde. Nu kent waarschijnlijk iedereen hem.”

Arbeidsintensief
Maar het kan allemaal nog veel beter, vindt de initiatiefnemer. “Bij 20 procent van de verhalen denken we, dit is super goed, en voor de rest is het leren. Als we dat elke dag konden waren we nu al de grootste.” Waar dat aan ligt? “Dat zijn veel factoren. Het feit dat we piepklein zijn en het aantal onderwerpen dat we kunnen aanboren bijvoorbeeld.” Nieuwe mensen aannemen staat dan ook bovenaan het prioriteitenlijstje voor komend jaar.

Daarnaast moeten correspondenten meer tijd krijgen voor hun verhalen. De artikelen die Wijnberg voor ogen heeft zijn arbeidsintensief. Want als je niet schrijft over wat er in het nieuws is, moet je op zoek naar patronen die mensen onderhuids raken en dat vergt tijd en expertise, legt hij uit. “Bij het maken van nieuwsberichten is de rol van de journalist gewoon beperkter. Wij moeten een soort expertise opbouwen voordat we kunnen gaan schrijven.”

Interactie kan beter
Volgens Wijnberg is De Correspondent koploper als het gaat om interactie met lezers. Er verschijnen verhalen die tot stand zijn gekomen aan de hand van lezersinput en de maandelijkse correspondentenavonden zijn stuk voor stuk uitverkocht, beargumenteert hij. Maar ook hier valt nog veel winst te behalen. Het interactie-gedeelte onder de artikelen van de correspondenten moet anders: “Het is een lange lijst ongeordende tekst. We willen er hiërarchie in aanbrengen.”

Hoe correspondenten de interactie aangaan is tevens een zoektocht. Het ene onderwerp leent zich hier beter voor dan het andere en het kost freelancers eigenlijk teveel tijd, vertelt hij. “Bij mensen die hier fulltime werken merk je dat het investeren in terugpraten helpt omdat je daarmee stuurt wat je van lezers verwacht. Dit moet je een paar jaar oefenen voordat er iets uitvloeit waar je iets mee kan. Maar als je het vergelijkt met het verschrikkelijke tendentieuze gescheld dat je onder nieuwsberichten ziet, dan is dit tien keer zo inhoudelijk en beschaafd.”

Anders urgent
Ook journalisten en lezers lieten het afgelopen jaar weten dat er ruimte was voor verbetering. Zo werd er nogal eens geopperd dat het gebrek aan urgentie in de artikelen een gemis is. Wijnberg is van mening dat zijn artikelen wel degelijk urgentie hebben. Alleen is het een ander soort urgentie. “Journalisten vinden iets urgent omdat het in het nieuws is, maar voor heel veel mensen is het bijvoorbeeld urgent dat hun vrouw dementie heeft.”

‘Wij proberen te laten zien dat er verhalen zijn met een ander soort urgentie’
Tweet dit

Het meest ‘bizarre’ aan de nieuwsvoorziening vindt hij dan ook dat een onthoofde Amerikaan in Irak veel urgenter wordt gevonden dan bijvoorbeeld het structureel verwaarlozen van ouderen in een verzorgingstehuis. “Wij proberen te laten zien dat er verhalen zijn met een ander soort urgentie.” Dat mensen daaraan moeten wennen vindt hij niet zo gek. “Al honderd jaar is die opvatting in de journalistiek dominant.”

Toontje
En dan is er nog het opiniërende toontje. Wijnberg snapt wel dat sommigen dat liever anders zien. En ze hebben gelijk: “De Correspondent is ook opiniërend,” maar, “niet meer dan het nieuws dat je overal leest. Het verschil is dat wij er eerlijk over zijn.” Expliciet subjectief noemt hij het. Dit in tegenstelling tot de traditionele journalistiek die de schijn van objectiviteit wekt: “De onthoofde Amerikaan op de voorpagina van NRC, daar zit een impliciete stellingname achter. Namelijk dat één Amerikaan even voorpaginawaardig is als 300 Irakezen.”

De Correspondent krijgt een vervolg, maar in hoeverre het platform zich verder kan ontwikkelen hangt af van de inkomsten. Er wordt van alles bedacht: boeken uitgeven, een sprekersbureau en het licenseren en verkopen van het ‘unieke’ redactiesysteem. Daarnaast wordt er gekeken naar nieuwe lezersgroepen, zoals Engelstaligen. Al gaat nu de meeste aandacht uit naar de 20.000 pioniers die voor 30 september hun abonnement nog kunnen verlengen. Want het moge duidelijk zijn, wat Wijnberg betreft is er nog genoeg winst te behalen en “hoe meer mensen verlengen, hoe harder we vooruit kunnen”.

Gepubliceerd: www.svdj.nl

Advertisements