‘Lokale kranten moeten zich herbezinnen’

Afgelopen jaar organiseerde de Nederlandse Nieuwsblad Pers (NNP) cursussen en trainingen voor medewerkers van lokale nieuwsmedia. Vier experts hielpen redacteuren en uitgeverijen aan munitie om de strijd aan te gaan met toenemende druk op redacties. Jan van der Hoeven, secretaris van de NNP, denk dat kwaliteitsverbetering de enige remedie is tegen een anders onvermijdelijke ondergang via dumptarieven.

Zesenzeventig procent van de deelnemende uitgevers zegt dat de trainingen inmiddels een merkbaar effect hebben op de inhoudelijke aantrekkelijkheid van hun lokale nieuwsmedia, zo blijkt uit interne evaluaties van het project. Het Stimuleringsfonds voor de Pers subsidieerde het initiatief in november 2011 met 41.350 euro.

‘Het alternatief is dodelijk’

Met het project ‘de puntjes op de i’ tracht de NNP lokale krantenredacties en uitgevers te helpen, omdat ze dreigen te bezwijken onder de druk van teruglopende advertentie-inkomsten. Volgens Van der Hoeven wordt die druk hoofdzakelijk opgevoerd door grote uitgeverijen die steeds vaker advertentiepagina’s tegen dumptarieven aanbieden. Om de concurrentie aan te kunnen gaan denken kleinere uitgevers nogal eens dat ze ook die weg in moeten slaan. Maar als je het Van der Hoeven vraagt, moet je dat niet willen: “Grote partijen aftroeven op prijs gaat je niet lukken. Sterker nog: het is dodelijk.”

De oplossing ligt volgens hem in het afleveren van kwaliteitsjournalistiek: “Als je diepgravend onderzoek en achtergronden biedt, bind je lezers aan je en komen die adverteerders ook wel.” Terwijl mediaorganisaties in Nederland verwoed zoeken naar alternatieve verdienmodellen en nieuwe vormen van journalistiek, is er volgens de secretaris dus niks mis met de verkoopbaarheid van advertentieruimte in ‘een kwalitatief goede, lokale krant’.

Toekomstbestendig

De vermeende harde noodzaak van kwaliteit ten spijt hebben redacties maar weinig mogelijkheden om die ook uit te dragen. Daarom vond Van der Hoeven dat het tijd was voor een herbezinning: “Hoe richt je redacties in zodat je met minder geld die doelen kunt bereiken? Hoe kun je je lezer aan je binden? Kortom, hoe zorg je dat je toekomstbestendig bent?”

De zestien workshops werden, verspreid over het jaar, verzorgd door lector Massamedia en Digitalisering Piet Bakker, journalist Peter Olsthoorn, Arie Verhoef van Het Nederlands Tekstbureau en fotograaf Joost Berends. De bijeenkomsten werden bezocht door in totaal 189 deelnemers, afkomstig van 55 lokale media en 22 uitgeverijen. Onder meer Het Urkerland, de Eendrachtbode, de Baarnsche CourantNDC Mediagroep en ’t Groentje waren van de partij.

Tips & tricks

Het gebruik van sociale media, redactionele kwaliteitsverbetering, schrijfvaardigheid en fotografie voerden de boventoon gedurende de sessies. Wat heb je als journalist aan Twitter? Hoe zorg je als redactie dat jouw krant meer talk-of-the-town wordt? Wat is doelgericht schrijven? En wat zijn tips & tricks voor een goede nieuwsfoto?

Deze onderwerpen lijken niet heel vernieuwend en ook een werknaam als ‘de puntjes op de i’ suggereert hooguit een laatste kleine verbeterslag. Van der Hoeven benadrukt dat het meer is dan dat: “Het gaat in essentie om het krachtig hanteren en ‘vermarkten’ van sterke lokale journalistiek en dat teruggaan of de focus elders leggen kan ook innovatief zijn.”

De trainingen van afgelopen jaar moeten we volgens de secretaris bovendien zien als een ‘opstapje’. Dit jaar nog kunnen we een vervolgtraject verwachten, vertelt hij. Niet alleen omdat Van der Hoeven gelooft in het positieve effect van de kwaliteitstrainingen en omdat hij gelooft dat ze de continuïteit van de redacties waarborgen, maar ook omdat er vanuit de deelnemers vraag naar is.

Vervolgtraject

Van der Hoeven vertelt dat er in de toekomst ‘krantendagen’ gaan komen, waarop redacties elkaars product gaan bekritiseren. “Dat werkt als een speer, omdat redacteuren niet flauw zijn.” Van der Hoeven denkt dat dergelijke sessies ertoe zullen leiden dat redacties hun krant verbeteren en dat ze elkaar in het vervolg gemakkelijker weten te vinden. “Als een redacteur in Bunschoten iets over windmolens moet schrijven, weet hij dat hij bij die ene redacteur van dat eiland moet zijn omdat die daar alles vanaf weet.”

Er bleek veel vraag naar sessies voor de commerciële mensen van de uitgeverijen. Van der Hoeven speelt daar graag op in: “We willen deelnemers hun eigen succesverhalen op het gebied van sales meer en intensiever laten uitwisselen.” Daarnaast komen er verschillende technologisch deskundigen aan het woord. “Technische ontwikkelingen gaan razendsnel. Je moet als uitgever weten wat er morgen gaat spelen zodat je daar rekening mee kunt houden. Op deze manier kunnen ze elkaar op de hoogte houden.” Concrete data zijn nog niet bekend.

Gaan de adverteerders komen?

De hamvraag is uiteindelijk of adverteerders ook in grotere getalen komen wanneer de kwaliteit van het lokale medium toeneemt. Volgens de secretaris heeft dit project laten zien dat dit zo is. Tachtig procent van de deelnemende uitgeverijen antwoordde in een enquête onder deelnemers ‘ja’ op de vraag of de trainingen een positief effect zouden kunnen hebben op het rendement van hun lokale nieuwsmedia. Voor twintig procent ‘moet dat nog blijken’ en niemand antwoordde ‘nee’. Hard bewijs voor deze conclusie ontbreekt echter nog.

Gepubliceerd: www.persinnovatie.nl

Advertisements